Blog

Studenten en scholieren | 17 januari 2019 | Door: Kim B

Gelijke regels voor doorstroom van havo naar vwo

Stel je eens voor, je zit op de havo en je wil heel graag geneeskunde studeren. Daarvoor moet je eerst het vwo doen, zodat je naar de universiteit kunt. Echter, je staat maar een 7.4 gemiddeld, maar volgens jouw school moet je gemiddeld een 7.5 staan om naar het vwo te kunnen. Wat het rare is, is dat op de andere school in jouw stad, waar je beste vriend les heeft, je wel naar het vwo had gekund. Hier hoef je namelijk maar een 6.5 te staan om naar het vwo te mogen. Om deze tegenstrijdigheden te voorkomen wil minister Slob een gelijke regel instellen voor de doorstroom van havo naar vwo.

Waarom heeft iedere school nu andere eisen?

De belangrijkste reden voor middelbare scholen om hun eigen regels te stellen voor de doorstroom van havo naar vwo is dat ze niet willen dat er leerlingen op het vwo terechtkomen die het niveau niet aankunnen. Dat is natuurlijk voor niemand de bedoeling. Het is voor de leerling heel vervelend, omdat hij of zij onnodig op zijn tenen moet gaan lopen en het uiteindelijk nog steeds niet haalt. Ook vinden veel scholen dit vervelend, omdat de leerlingen die het niveau niet aankunnen vaak het eindexamen niet halen. Hierdoor zakken de slagingspercentages van deze scholen. Veel ouders van basisschoolleerlingen kijken juist weer naar deze slagingspercentages, omdat zij hun kind natuurlijk niet naar een school willen sturen waarbij in verhouding niet zo veel mensen slagen.

Een gelijke eis

Minister Slob wil nu dus een gelijke eis instellen om de doorstroom van havo naar vwo zo eerlijk mogelijk te maken. Hoe deze gelijke eis er uit gaat zien is nog niet duidelijk. Het is namelijk best lastig om zo’n eis te maken. Een cijfer zegt namelijk niet altijd alles over het intelligentieniveau van iemand. Ook zijn er leerlingen die pas laat bloeien en dan pas goede cijfers gaan halen. Dit zou betekenen dat deze leerlingen benadeeld worden en dat is niet de bedoeling.

Iets waar minister Slob nu over nadenkt, is om bijvoorbeeld alleen leerlingen met een extra vak toe te laten op het vwo. In plaats van de standaard zeven vakken die een reguliere havo-leerling volgt, zullen degenen die naar vwo willen acht vakken moeten volgen. Ook deze optie heeft nadelen. Scholen kunnen namelijk nog steeds eisen stellen aan wanneer je een extra vak mag kiezen. Zij kunnen bijvoorbeeld eisen dat je een 7 moet staan om een extra vak te mogen doen. Dit moet voorkomen worden als deze maatregel echt in zou gaan. Daarnaast is een nadeel dat nog niet alle leerlingen voor het kiezen van hun vakken al weten dat ze daarna nog vwo willen doen. Sommigen zullen er dus niet over nadenken en geen extra vak kiezen. Zo wordt het voor hen alsnog onmogelijk om naar het vwo te gaan.

Niemand moet benadeeld worden

Wat het allerbelangrijkste is, is dat niemand van de maatregel een nadeel gaat ondervinden. Zowel scholen als leerlingen moeten voordeel hebben van de nieuwe maatregel. Zo moet het dus makkelijker worden voor leerlingen om door te kunnen stromen naar het vwo. Ook moet het slagingspercentage van scholen niet achteruitgaan. Waar nu over nagedacht wordt, is dat bijvoorbeeld havo-leerlingen die nu vwo doen niet bij het vwo-slagingspercentage meegenomen worden.

In ieder geval is zeker dat er iets moet veranderen. Op maar liefst 42% van de scholen wordt een havo-leerling wel eens geweigerd om naar vwo te mogen gaan. Bij 13% van de scholen gebeurt dit zelfs regelmatig. Daarom wil minister Slob nu duidelijkheid en eerlijkheid: één regel die de doorstroom voor havisten naar het vwo gelijk maakt.

 

Naar: de Volkskrant, het AD, Blik op nieuws, Trouw, 7Days, Algemene Vereniging Schoolleiders

Geef een reactie